Onderzoekscriteria

Op basis van de belangrijkste criteria waarop de oldtimerverzekering kan worden geselecteerd, heeft Diks de huidige oldtimerverzekeringsproducten met elkaar vergeleken. Hieronder worden deze criteria uitgebreid toegelicht. Het kan zijn dat verzekeraars die voorkomen in de analyse niet worden getoond in de vergelijkingsmodule op www.diks.nl. Dit is gelegen in het feit dat helaas niet alle maatschappijen met intermediairs werken, en sommige producten alleen rechtstreeks bij de betreffende verzekeraar kunnen worden afgesloten door de klant.
Het oldtimeronderzoek is onderverdeeld in meerdere categorieën:

 

 

Premie Eigen risico

Uiteraard is de premie altijd een beslissende factor voor de consument. Een verzekeraar baseert de premie op basis van het risico dat wordt aangeboden. Premiebepalende factoren als kilometrage, woonplaats, leeftijd bestuurder etc. hebben invloed op de premie. Bekeken wordt hoe groot het risico is op schade en hoe groot het risico op een forse schade uitkering is.

Op het moment dat er slechts hobbyritjes met het voertuig worden gereden staat daar een andere premie tegenover, dan dat er dagelijks met het voertuig wordt gereden. Helaas zijn alle verzekeringspremies de laatste jaren in het algemeen al enorm gestegen vanwege het feit dat deze al een aantal jaren niet waren verhoogd en vanwege de fors toegenomen schadelast. Het verschil tussen de hoogste en laagste WA premie in onze analyse bedraagt EUR 120,70 per jaar. Meeus vraagt EUR 60,24 daar waar Bovemij EUR 181,00 rekent voor een jaarpremie WA voor een auto uit 1985.
Alhoewel de meeste verzekeringen worden gesloten om een groot risico te dekken is een laag eigen risico prettig meegenomen. Overigens kan het eigen risico in geval van een verhaalbare schade verhaald worden, zodat dit niet voor eigen rekening blijft.
Per maatschappij verschilt het eigen risico. Zo hanteert in ons onderzoek Reaal het hoogste eigen risico (EUR 250,00) en Europeesche het laagste (EUR 130,00). De andere eigen risico bedragen liggen daar tussen in. Het verschil tussen het hoogste en laagste eigen risico is dus maar liefst EUR 120,00 per schadegebeurtenis.

Verhoogd eigen risico jeugdige bestuurder

Omdat het laten rijden van een jeugdige bestuurder in de oldtimer een groter risico op schade vormt hanteren de meeste verzekeraars een extra eigen risico in dat geval.
Een kleine 50% van de aanbieders in het onderzoek hanteert een extra eigen risico.
Het laagste extra eigen risico bedraagt EUR 45,00 (Meeus) en het hoogste EUR 225,00 (Knac, Gio en Turien). De andere gehanteerde eigen risico bedragen liggen daar tussenin.

Acceptatie

1e auto verplicht/ Lease auto als eerste auto toegestaan

Nagenoeg alle oldtimerverzekeraars stellen inmiddels verplicht, dat de klant naast de oldtimer een eerste auto heeft voor dagelijks gebruik die -ongeacht welke omstandigheden- altijd tot zijn of haar beschikking staat. Ritten met een regelmatigheidskarakter zoals woon-/werkverkeer, boodschappen doen, de kinderen naar school brengen, dagelijks gebruik etc. worden dan ook uitgesloten van dekking omdat deze geacht worden met de eerste auto te worden gedaan. De oldtimer mag uitsluitend hobbymatig worden gebruikt. Staat een verzekeringsmaatschappij een lease-auto toe als eerste auto, dan levert dat voor de oldtimerliefhebber het voordeel op, dat er niet nog apart een eerste auto aanwezig hoeft te zijn.
Ruim 75% van de aanbieders in het onderzoek staat een lease auto als eerste auto toe.
Sommige maatschappijen stellen verplicht dat de eerste auto bij dezelfde verzekeraar ondergebracht dient te worden als de oldtimer. FEHAC stelt dat er in dat geval sprake is van koppelverkoop met de dagelijkse auto. Als men de oldtimer bijvoorbeeld bij Unigarant wil verzekeren, zal ook de eerste auto daar dienen te worden ondergebracht. Het is voor de klant echter aangenamer een vrije keuze hierin te hebben. De verzekeraar die de oldtimerverzekering aanbiedt hoeft namelijk voor wat betreft de reguliere autoverzekering geen goede aanbieder te zijn, en als men tevreden is met de verzekeraar van de eerste auto dan is er absoluut niet de behoefte om over te stappen naar een andere verzekeraar. De aanbieders in het onderzoek waarbij de eerste auto verplicht ondergebracht dient te worden bij de verzekeraar van de oldtimer zijn Unigarant, ANWB, Univé, ZLM en Gio (vast)

Wanneer is een voertuig een oldtimer?
Hoewel veel oldtimers 25 jaar of ouder zijn, wordt er ten onrechte wordt vaak gedacht dat een auto van 25 jaar oud per definitie een klassieker is, en dat deze dan is vrijgesteld van wegenbelasting en verzekeringsplicht. Voor wat betreft de vrijstelling motorrijtuigenbelasting zijn het roerige tijden en is er nog veel onduidelijkheid omtrent de toekomst. Hierover kunt u meer lezen in dit artikel: /nieuws/kostenstijging/

Voor wat betreft de verzekering hanteert elke maatschappij diens eigen voorwaarden om te bepalen of het voertuig al dan niet voor het oldtimertarief in aanmerking komt.
De criteria die worden aangehouden zijn ’15 jaar, 20 jaar en 25 jaar, waarbij de oldtimer (specifiek merk, type en bouwjaar)’ in sommige gevallen (Turien, Polis Direct, Reaal) in ‘De onschatbare Klassieker’ dient voor te komen om voor het oldtimertarief in aanmerking te komen. Er zijn dus ook oldtimertarieven voor voertuigen die nog geen 25 jaar oud zijn.

De ‘Onschatbare Klassieker’ is een jaarboek met daarin een overzicht van de klassieke auto’s en youngtimers op de Nederlandse markt, met de technische gegevens, foto’s, productie aantallen en actuele marktprijzen.

Minimale leeftijd aanvrager
De meeste verzekeraars hanteren een minimum leeftijdsgrens waarop de oldtimer kan worden aangevraagd. Vanaf 24 of 25 jaar kan men een oldtimerverzekering aanvragen.

Op dat moment wordt de bestuurder namelijk al wat minder jeugdig en meer ervaren geacht. Bij ANWB , Polis Direct, TVM en OVHV kan er al met 18 jaar een oldtimerverzekering worden aangevraagd. Bij Polis Direct geldt dan wel een extra eigen risico van EUR 225,00 als de bestuurder ten tijde van de schade jonger is dan 24 jaar.

De rest van de verzekeraars sluit in het geval van een (beperkt) cascoschade de bestuurder jonger dan 24 jaar uit van dekking (de schade wordt dan niet vergoed), en in het geval van schade aan derden (WA), is de verzekeraar tot vergoeding van de schadelijdende partij verplicht, maar zal deze schade vervolgens verhalen op de eigenaar of bestuurder van het voertuig in verband met ontbreken van verzekeringsdekking.

Uitgesloten Merken

Er zijn verzekeraars, waaronder Unigarant, Polisdirect en Reaal, die bepaalde automerken uitsluiten. De oorzaak kan gelegen zijn in het feit dat deze voertuigen te zwaar of te duur zijn in verhouding tot het oldtimertarief, zoals bijvoorbeeld de Buick en de Cadillac.
Ofwel omdat is gebleken dat bepaalde merken toch vaak worden gebruikt voor dagelijkse ritten. Een Mercedes bijvoorbeeld kan enorm veel kilometers maken en rijdt dan ook erg lang in het straatbeeld door. De kans bestaat dan dat de oldtimerverzekering door de eigenaar gebruikt wordt als ‘oude auto verzekering’ in plaats van een ‘hobbyverzekering’.

Ruim 85% van de aanbieders in dit onderzoek kennen een dergelijke merkuitsluiting niet.

Brandstof uitgesloten

Bij voertuigen op LPG en diesel gaat de verzekeraar er doorgaans van uit, dat het voertuig wordt gebruikt om veel kilometers te maken. Dit staat haaks op de oldtimergedachte die de verzekeraar hanteert. Er zijn daarom verzekeraars die deze brandstof uitsluiten, zoals Turien, Europeesche en Unigarant. Feitelijk is deze aanname geen goede aangezien het rijden van een bepaalde brandstof niet per definitie betrekking heeft op het aantal te rijden kilometers.

Zo zijn er veel Amerikaanse oldtimers die niet vanwege het aantal kilometers op LPG rijden, maar omdat zij veel brandstof verbruiken, de brandstof tegenwoordig erg prijzig is, en de ruimte in de kofferbak ruim voldoende is om een LPG installatie te laten inbouwen. Het gaat dan niet om het aantal te rijden kilometers, maar om zuiniger te kunnen rijden.

Verder kan een voertuig ooit op de markt zijn verschenen met een LPG installatie of kan er LPG zijn ingebouwd met de intentie veel kilometers te maken, echter op het moment dat het een oldtimer is geworden is de brandstofkeuze voor de oldtimerliefhebber al bepaald en heeft het kilometrage daar niets mee van doen.

Bij Turien, Europeesche en Unigarant worden oldtimers rijdend op LPG en diesel uitgesloten. De andere verzekeraars in het onderzoek staan deze brandstoffen wel toe, zodat deze auto’s voor het oldtimertarief in aanmerking komen.

Grijs kenteken mogelijk

Een ‘grijs’ kenteken is de benaming van het kenteken van (bedrijfs)voertuigen die een belastingvoordeel hebben, dit zijn meestal bestelwagens. Het grijze kenteken is te herkennen aan het nummerbord. De eerste letter is dan een B of een V. De benaming grijs kenteken komt van het feit dat kentekenbewijs deel I van deze voertuigen in het verleden grijs waren. De kleur van de kentekenplaat zelf is altijd geel geweest.

Bij een grijs kenteken wordt er door de verzekeraar vaak van uit gegaan, dat de auto wordt gebruikt voor het vervoeren van goederen en voor dagelijks gebruik, ook al is dit niet het geval en wordt het voertuig daadwerkelijk alleen hobbymatig gebruikt. Op grond van dit aangenomen dagelijkse gebruik accepteren een aantal verzekeraars voertuigen met een grijs kenteken niet op de oldtimerverzekering.

Aanbieders van oldtimerverzekeringen die een grijs kenteken wel toestaan met de voorwaarde dat het voertuig hobbymatig wordt gebruikt, komen de oldtimerliefhebber tegemoet die een oldtimer op grijs kenteken heeft maar deze toch uitsluitend hobbymatig gebruikt. Er wordt meegedacht ten gunste van de oldtimerliefhebber, wat een goede zaak is. Een kleine 50% van de in ons onderzoek voorkomende aanbieders denkt hierin mee met de klant.

Alarmverplichting bij (beperkt) Casco dekking

Veel verzekeraars stellen in het geval van een (beperkt) casco verzekering, vanaf een bepaalde (taxatie)waarde of omdat het een bijzonder voertuig betreft, een SCM klasse alarm verplicht. Enerzijds omdat oldtimers eenvoudiger te stelen zijn vanwege het ontbreken van moderne technieken (zoals bijv. een startonderbreker), anderzijds omdat bepaalde oldtimers, zeker de bijzondere, erg gewild zijn.
Echte oldtimerliefhebbers staan meestal negatief tegenover een alarminstallatie, omdat zij het voertuig in originele authentieke staat willen behouden en het toevoegen van een modern alarmsysteem hen een doorn in het oog is. De verzekeraar kan eventueel een alternatief bieden in de vorm van een stallingsverplichting.

Kampeerauto’s toegestaan

Kampeerauto’s worden als zodanig aangemerkt op het kentekenbewijs.
Het oldtimertarief geldt daarom niet voor een kampeerauto, ook al zou deze gezien de voorwaarden als oldtimer kunnen worden aangemerkt. Er zijn wel speciale kampeerautoverzekeringen met een gunstig tarief. Kijk hiervoor eventueel op www.diks.nl/camperverzekering. Ook zijn er partijen op de markt die specifieke oldtimer-kampeerautoverzekeringen aanbieden. Deze zijn niet meegenomen in dit onderzoek.

Taxatie

Hoelang taxatierapport geldig

Door de taxateur wordt de geldigheidsduur van een taxatierapport meestal bepaald voor de periode van 3 jaar. De meeste verzekeraars nemen deze geldigheidsduur van 3 jaar over, maar zij mogen daarvan afwijken. Bijvoorbeeld in het geval dat een hogere kilometrage of dagelijks gebruik wordt toegestaan is er eerder sprake van slijtage en waardevermindering. De geldigheidsduur zal dan worden verkort. Na het verlopen van de termijn, dient er een nieuw taxatierapport opgemaakt te laten worden.

De geldigheidsduur van het taxatierapport staat opgenomen in de polisvoorwaarden en/of de clausules.

Fehax clubtaxatie toegestaan

Is de oldtimerrijder lid van een oldtimerclub die is aangesloten bij het FEHAC, dan mag de taxatie bij bepaalde aanbieders worden uitgevoerd door de club taxateur. Bij 50% van de in ons onderzoek genoemde aanbieders is een dergelijke clubtaxatie toegestaan.

Taxatierapport verplicht

Er zijn verzekeringsmaatschappijen die een taxatierapport niet verplicht stellen bij de (beperkt) casco dekking. Er staat dan een clausule op de polis, dat als er in het geval van schade een geldig taxatierapport aanwezig is, er op basis van deze taxatiewaarde wordt uitgekeerd, en als dat niet het geval is, dat er dan op basis van de dagwaarde wordt afgewikkeld. Er zijn ook verzekeringsmaatschappijen die een geldig taxatierapport verplicht stellen bij het aangaan van de verzekering. Overigens heeft een taxatierapport veelal een geldigheidsduur van 3 jaar (zie punt 13), maar daar mag door de verzekeraar van worden afgeweken. Bijvoorbeeld in het geval van een oldtimertarief waar veel kilometers mogen worden gemaakt; er is dan eerder sprake van slijtage en waardevermindering, zodat de verzekeraar eerder in het bezit wil worden gesteld van een nieuw taxatierapport.

Taxateur aangesloten bij branche organisatie

Omdat een oldtimer geen stuk oud ijzer is, maar een gekoesterd object is het belangrijk dat een onafhankelijke en vakkundige taxateur de taxatiewaarde van de klassieker bepaalt.

De meeste verzekeraars stellen dan ook de eis dat de taxateur die het taxatierapport van de klassieker opmaakt is aangesloten bij een specifieke branche organisatie, die het vakmanschap, de kennis en vaardigheden en de professionaliteit van de betreffende taxateur waarborgt. Alleen Meeus en Univé in het onderzoek stellen deze eis niet.
Is de oldtimerrijder lid van een oldtimerclub die is aangesloten bij het FEHAC, dan mag de taxatie bij bepaalde aanbieders worden uitgevoerd door de club taxateur. Bij 50% van de in ons onderzoek genoemde aanbieders is een dergelijke clubtaxatie toegestaan.

De meest voorkomende organisaties zijn:
– NIVRE
Stichting Nederlands Instituut van Register Experts
– FEHAC
FEderatie Historische Automobiel- en MotorfietsClubs
– VRT
Stichting VRT – Verenigd Register van Taxateurs
– TMV
Federatie TMV – Federatie van Taxateurs Makelaars Veilinghouders in roerende zaken

Uitgesloten taxateurs

Bij een aantal taxateurs is gebleken, dat zij onvoldoende vakkundig zijn en/of dat zij ‘bovenmatige’ taxaties uitvoeren. Naar aanleiding daarvan hebben een aantal maatschappijen besloten de rapporten van deze taxateurs niet meer te accepteren. Deze worden aangekondigd door de verzekeringsmaatschappij, dus het is belangrijk dat dat hier vooraf even goed naar wordt gekeken. Om dit zeker te weten kan er altijd ook even contact op worden genomen met de verzekeraar of diens intermediair.
Het is vervolgens aan de branche organisatie om dergelijke taxateurs te royeren.

Minimale taxatiewaarde voor WA-extra/casco dekking

De reden dat er een bepaalde taxatiewaarde kan worden gevraagd, is omdat de verzekeraar zeker wil weten dat het een oldtimer betreft en niet gewoon een ‘oude auto’ waarvoor het oldtimertarief niet is bedoeld. Ook wil de verzekeraar inzicht in de staat van onderhoud en wellicht de aanwezige schade om het risico goed te kunnen inschatten. Omdat de oldtimerliefhebber doorgaans het voertuig in een optimale staat wil hebben/krijgen zal de taxatiewaarde doorgaans wel voldoen aan de vraag van de verzekeraar. Anderzijds heeft de oldtimer voor de liefhebber een emotionele waarde die vaak meer van belang is dan de markt- of taxatiewaarde. De minimale taxatiewaarde eis kan bij verzekeraars nihil zijn, EUR 1250,00 maar ook EUR 5000,00. Overigens geldt deze eis bij WA-extra, maar niet bij de Casco (all-risk) dekking, op ZLM na die een minimale taxatiewaarde stelt van EUR 100,00.
De maximale taxatiewaarde bij een standaard acceptatie ligt rond de € 50.000,00 en als de waarde hoger ligt dan wordt de verzekeringsaanvraag overlegd met de verzekeringsmaatschappij.

Gebruik

Mogelijke kilometrages

Het oldtimertarief is ontstaan omdat er vanuit de oldtimerrijders vraag was naar een goedkopere verzekering omdat er weinig kilometers met de oldtimer werden gemaakt.
De verzekeraar gaat er dan inmiddels dan ook van uit dat er met een oldtimer niet veel kilometers wordt gereden en stelt dit ook als eis. De meeste verzekeraars hanteren bij het oldtimertarief een kilometrage van 5000 of 7500 kilometer per jaar.
Er zijn natuurlijk ook oldtimerrijders die minder rijden en alleen op een mooie zomerdag de bolide uit de stal halen, maar er zijn er ook die wat vaker pleziertochten maken en er bijvoorbeeld mee op vakantie gaan of deelnemen aan een buitenlands oldtimer event.
Ook wil men veelal de vrijheid kunnen hebben meer of minder kilometers te rijden al naargelang het uitkomt. Bij TVM, Gio (vast), OVHV en Reaal is er nu de mogelijkheid een kilometrage van 3000 te kiezen, en bij Turien & Co en Gio (vast) kan er gekozen worden voor een kilometrage van 10000 kilometer per jaar. Bij Gio (semi) is het eveneens mogelijk een kilometrage van 20000 kilometer per jaar te kiezen. Gio komt daarmee tegemoet aan de oldtimerrijder die dagelijks met het voertuig wil rijden.

Verhuur toegestaan?

Nagenoeg alle verzekeraars sluiten schade tijdens verhuur uit, omdat onder andere de mate van het risico niet langer kan worden ingeschat. Of een oldtimerliefhebber diens klassieker wil verhuren is nog maar de vraag, al zijn bemiddelaars waar het voertuig particulier kan worden verhuurd steeds meer in opkomst. In het onderzoek zijn er geen verzekeraars die verhuur toestaan. In het artikel gevaren verhuren eigen auto heeft Diks.nl onderzoek gedaan naar de risico’s van het verhuren van de eigen auto, al dan niet via een bemiddelaar.

Stallingsverplichting

Een stallingsverplichting kan in plaats van of aanvullend aan een alarmeis worden gesteld.
Dit houdt in, dat de oldtimer indien deze zich binnen 1 kilometer van de woning bevindt- tussen zonsondergang en zonsopgang in een afgesloten ruimte moet zijn gestald.
Sommige verzekeraars hanteren specifieke tijden waarbinnen de oldtimer moet zijn gestald. Een gezamenlijke parkeergarage wordt niet als stalling aangemerkt, een carport evenmin. Het voertuig moet echt afzonderlijk in een deugdelijk afsluitbare ruimte worden gestald. Voor sommige oldtimerbezitters is dit lastig omdat zij niet over een dergelijke ruimte beschikken. Is de oldtimerrijder bijvoorbeeld een dagje uit met de oldtimer, dan geldt de stallingsverplichting niet. Wel kan de verzekeraar dan verplichten een stuurstangslot te plaatsen.

Beperking bij toer-en regelmatigheidsritten

Een aantal verzekeraars legt dekkingsbeperkingen op bij toer- en regelmatigheidsritten omdat bij een dergelijke rit het risico op schade wordt verhoogd. Neemt een oldtimerrijder dus regelmatig deel aan dergelijke ritten, dan kan dit een belangrijk item zijn.

Dagelijks gebruik mogelijk?

De gemiddelde oldtimerrijder heeft in principe niet de intentie de oldtimer te gaan gebruiken voor dagelijks gebruik. De oldtimerliefhebber koestert het voertuig en gebruikt de oldtimer voor plezierritjes, oldtimerevenementen, vakanties etc. Het toestaan van dagelijks gebruik zal dan ook niet direct een eerste voorwaarde zijn voor de echte oldtimerliefhebber. Omdat er bij dagelijks gebruik meer risico bestaat op schade zal ook de verzekeraar die dit toestaan de premie fors moeten bijstellen omdat de premie (gebaseerd op de mate van risico op schade) bij hobbymatig niet gehanteerd kan worden bij dagelijks gebruik. Er is overigens maar 1 verzekeraar dit dagelijks gebruik toestaat (Gio Semi). Anderzijds is het voor de oldtimerliefhebber wellicht een prettige gedachte dat als het een keer nodig mocht zijn de kinderen bijvoorbeeld wel een keer met de oldtimer weggebracht kunnen worden. Dat hierin een zekere mate van vrijheid wordt toegestaan.
Indien er geen eerste auto voor dagelijks gebruik beschikbaar is, rest men niets anders dan de oldtimer op een regulier personenautotarief te verzekeren. Het grote nadeel daarvan is, dat gelet op de ouderdom van het voertuig een beperkt casco of volledig cascoverzekering (all-risk) vaak niet mogelijk is of niet in verhouding staat tot de dagwaarde. En met alleen een WA dekking (schade aan derden verzekerd) is het voertuig zelf niet verzekerd.
Zijn er al verzekeraars die het oude(re) voertuig wel beperkt casco of volledig casco willen verzekeren, dan kan dit uitsluitend op basis van de dagwaarde.
Oldtimerverzekeringen daarentegen bieden de mogelijkheid te verzekeren op basis van een vaste taxatie, hetgeen inhoudt, dat een erkend taxateur de waarde van het voertuig vast stelt, en dat er bij diefstal of total loss schade de taxatiewaarde wordt uitgekeerd.
Bij een personenauto verzekering wordt dan de dagwaarde uitgekeerd, die in de meeste gevallen vele malen lager ligt dan de dagwaarde.
Ook voor zakelijke rijders is het aantrekkelijk als het dagelijks gebruik wordt toegestaan. De zakelijke rijder heeft bij een oudere auto namelijk het voordeel dat de bijtelling minder is. Deze bijtelling wordt namelijk berekend over de oorspronkelijke cataloguswaarde.
Een Jaguar van 30 jaar oud heeft dan ook een veel lagere oorspronkelijke cataloguswaarde en BPM, hetgeen voordelen oplevert in het geval van de fiscale bijtelling. Ook vertegenwoordigt dit voertuig nog een bepaalde waarde, die bij een (beperkt)casco verzekering op basis van een vaste taxatie verzekerd kan worden. De zakelijke rijder gebruikt de oldtimer wel voor het woon-/werkverkeer en het voertuig kan ook als visitekaartje fungeren van de zakelijke rijder bij klantenbezoeken.

Schade

Vrije keus schadeherstel

De schade van een oldtimer herstellen is toch vaak een andere tak van sport. De oldtimerliefhebber brengt de oldtimer dan ook graag naar een specialist of laat een en ander in eigen beheer herstellen.
Het is daarom van belang dat er een vrije keuze in schadeherstel kan zijn en dat er geen sprake is van schadesturing. Alleen bij Polis Direct heeft men hierin geen vrije keuze, de overige verzekeraars in het onderzoek hebben wel de mogelijkheid van een vrije keuze.

Keuze om het “wrak”

terug te krijgen bij total-loss. In de regel heeft de oldtimerrijder niet de keuze om het voertuig terug te krijgen als dit na een schade total-loss is verklaard. Bedrijfsregeling 16 (voorheen 14) van het Verbond van Verzekeraars ligt hieraan ten grondslag en is in het leven geroepen om het zogenaamde ‘omkatten’ van gestolen auto?s en andere frauduleuze zaken te kunnen beperken. Omdat oldtimers echter een hoge mate van emotionele waarde hebben en de eigenaar deze graag weer wil opknappen ?indien mogelijk- is hiervoor een uitzondering gemaakt. Bij meer dan de helft van de aanbieders in ons onderzoek is er zonder meer de keuze de auto terug te krijgen bij total-loss aanwezig. In de andere gevallen is het wellicht mogelijk in overleg, al leert de ervaring dat dit veel tijd en moeite kost, als het al wordt toegestaan.

Wanneer onderdelen niet te bestellen zijn door een oldtimerhersteller, kunnen deze custom made dus helemaal op maat- voor de klant worden gemaakt. Omdat deze onderdelen niet origineel zijn en ook vaak duurder gelden er bij de meeste verzekeraars beperkingen in de vergoeding. In het overzicht staan de betreffende aanbieders met de vergoedingsmaatstaven die worden gehanteerd

Fehac

FEHAC heeft een aantal belangrijke criteria die in ons schema ook apart zijn opgenomen.
Naast deze zijn in het onderzoek nog andere belangrijke en relevante criteria opgenomen.
De Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs (FEHAC) is in 1976 opgericht en is de belangenvereniging van Klassiek rijdend Nederland. De FEHAC behartigt de belangen van eigenaren van historische voertuigen van 25 jaar en ouder en is gesprekspartner van de overheid op het gebied van regelgeving voor klassiekers. Tevens heeft de FEHAC basiseisen voor een goede oldtimerverzekering opgesteld.