Verzekeraars ‘onteigenen’ oldtimers

3 juni 2014

onteigenen schade oldtimer Uit het oldtimeronderzoek 2014 van Diks verzekeringen blijkt dat veel oldtimerverzekeraars oldtimers in beslag mogen nemen ook al wil de rechtmatige eigenaar het voertuig niet afstaan. Dit vloeit voort uit de zogenaamde bedrijfsregeling 16, voorheen 14, van het Verbond van Verzekeraars.

Oldtimer onteigenen ter voorkoming van omkatten

De bedrijfsregeling 16 is in het leven gekomen om het omkatten van auto’s tegen te gaan.
In het kort houdt deze regeling in, dat als een auto zodanig beschadigd raakt dat deze economisch of technisch total-loss wordt verklaard door de schade-expert, de verzekeraar voor wat betreft verzekerde auto’s tot 10 jaar oud, conform de polisvoorwaarden het recht heeft het ‘wrak’ te laten overdragen aan een door de verzekeraar aan te wijzen partij/opkoper. De schade uitkering volgt dan niet eerder dan dat de verzekeraar in het bezit is gekomen van alle delen van het bij het motorrijtuig behorende kentekenwijs.

Bedrijfsregeling ten onrechte toegepast

De bedrijfsregeling is dus gemaakt voor voertuigen tot 10 jaar oud. Echter hebben veel oldtimerverzekeraars in de polisvoorwaarden van de oldtimerverzekering deze bedrijfsregeling ook opgenomen. Het nadeel van oldtimers is dat deze, gezien hun leeftijd, snel economisch total-loss worden verklaard. Terwijl er dus normaal met het voertuig gereden kan worden moet men het voertuig dan toch afstaan aan de verzekeringsmaatschappij. In onze ogen past men dus de bedrijfsregeling ten onrechte toe.

Verbond van verzekeraars: geen onteigening

Volgens het Verbond van Verzekeraars moet je niet spreken over onteigening, want verzekerde kan er ook voor kiezen de auto te behouden; in dat geval volgt er dan alleen geen schadevergoeding. Als verzekerde heb je dan eigenlijk geen keuze. Zeker niet bij een grote schade.

Juist bij oldtimers zie je dat deze een emotionele waarde kan hebben. Het voertuig is bijvoorbeeld van een overleden familielid geweest of men heeft er heel veel kluswerk in zitten. Ook al is dan het voertuig technisch total-loss dan nog wil men de oldtimer niet afstaan aan een verzekeringsmaatschappij.

Gecontroleerde reparatie is een oplossing

Er is echter volgens het Verbond de mogelijkheid van gecontroleerde reparatie. Dat houdt in dat de klant de dagwaarde ontvangt ( die lager is dan de reparatiekosten) en de auto toch laat herstellen ( moet dan zelf het verschil bijleggen). De schade-expert en de verzekeringsmaatschappij moeten hier wel mee akkoord gaan. De schade-expert controleert na afloop of de auto daadwerkelijk is gerepareerd. Dit wordt echter bij een technisch total-loss lastiger. Gecontroleerd repareren is alleen bij blikschade mogelijk, is er ook schade aan het motorblok, de wielophaning en dergelijke dan wordt er vaak geen toestemming gegeven.

De verzekerde kan in dat geval nog bij het Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit een verzoek tot gecontroleerde reparatie kunnen voorleggen. Dit bureau denkt graag mee. De bedrijfsregeling is in de ogen van het Verbond dan ook niet om de oldtimerbezitter te pesten maar om te voorkomen dat de auto in het criminele circuit belandt. Het Verbond vindt dan ook dat de bedrijfsregeling wel nageleefd moet worden voor voertuigen tot 10 jaar maar dat men niet al te buereaucratisch met de regeling moet omgaan.

Recht op terugkrijgen ‘wrak’ ook voor FEHAC een voorwaarden

Ook de belangen organisatie FEHAC heeft dit belang ingezien en stelt dit ook als een van hun voorwaarden waar een oldtimerverzekering aan moet voldoen. Gaan wij echter kijken naar de maatschappijen die goedgekeurd zijn volgens de FEHAC zien wij nog wel bij een enkele in de polisvoorwaarden de bedrijfsregeling staan. Bij navraag blijkt dat de desbetreffende verzekeraar in de praktijk geen gebruik maakt van dit ‘recht’ maar het kan dus wel.

Bij de onderstaande maatschappijen mag men het ‘wrak’ bij total-loss behouden:

Klik hier voor het volledige overzicht bij welke maatschappijen je het ‘wrak’ wel of niet mag behouden